Tien killers voor je zelfvertrouwen

Tien killers voor je zelfvertrouwen

Tien geboden

 

 

Onlangs bladerde ik door het manuscript dat ik jaren geleden schreef. Op een van de laatste bladzijden zag ik een opsomming. Een lijstje met alle tips uit de vorige hoofdstukken. Ik noemde het toen, in 2015, de tien geboden van zelfvertrouwen. Ik moet erom lachen: het komt wel wat wijsneuzerig en pretentieus over om het de tien geboden te noemen. En het lijkt zo makkelijk op het eerste oog, zelfvertrouwen. In de praktijk is het nog best lastig. 

 

Het lijstje geeft tevens aan waarom je tijdelijk minder zelfvertrouwen kunt hebben. Als je niet lekker in je vel zit, hoef je de oorzaak natuurlijk niet alleen of altijd bij jezelf te zoeken. Ook daarom is het een handig lijstje. Vandaar dit blog over die tien geboden van zelfvertrouwen. Dit zijn ze:

 

Tien geboden van zelfvertrouwen

 

  1. Beperk stress
  2. Slaap voldoende
  3. Eet gezond
  4. Beweeg
  5. Zet je talenten aan het werk: doe waar je gelukkig van wordt.
  6. Verplaats jezelf in de ander in plaats van jezelf vergelijken
  7. Herinner jezelf elke dag even aan je sterke punten en je persoonlijke waarden
  8. Blijf actief, ontwikkel jezelf en maak jezelf nuttig
  9. Geef positieve aandacht aan de mensen die je lief zijn
  10. Ontwikkel je EQ: herken emoties bij jezelf en anderen

Wacht…ik kan het natuurlijk omdraaien en ze de tien killers voor je zelfvertrouwen noemen. Dat is beter dan de tien geboden. Dan ziet het lijstje er zo uit:

 

Tien killers voor je zelfvertrouwen

 

  1. Te veel stress
  2. Onvoldoende slaap
  3. Te veel junkfood
  4. Te weinig beweging
  5. Een baan (of studie) die niet bij je past
  6. Vergelijk jezelf steeds met mensen die je niet kent en een fantastisch leven lijken te leiden op Facebook of Instagram
  7. Geen idee hebben wat je sterke punten zijn of je belangrijkste waarden
  8. Te veel binnen zitten, er weinig op uitgaan, weinig contacten, geen cursussen of vrijwilligerswerk doen
  9. Je dierbaren afblaffen omdat ze je vreselijk irriteren
  10. Geen idee hebben waarom je zo geïrriteerd bent en dat niet onderzoeken

Valt je ook op dat ik meteen op een andere manier ga schrijven? Dierbaren afblaffen, vreselijk irriteren. Komt waarschijnlijk door het woord killer.

 

Tien tips

 

Om het niet alleen bij een lijstje te laten, hier wat meer achtergrondinformatie en tips bij de tien killers.

 

1. Stress 

 

Heb je veel stress? – Dan moet je dus meer ontspannen. Simpel maar toch lastig als je gestrest bent. Doe daarom elke dag iets dat jou echt helpt te ontspannen. Wat is jouw uitlaatklep? Is dat misschien yoga, een taart bakken of met een goede vriend praten? Kijk eens of geweldloze communicatie wat voor je is als je conflicten met minder stress wil en beter voor jezelf wil opkomen. Zo beperk je de hoeveelheid stress. Dat kan ook met een cursus Mindfulness.

 

 

2. Slaap

 

Vaak slecht of weinig slapen is echt een probleem. Een uur minder slaap betekent bijvoorbeeld al 30% meer kans op een gewone verkoudheid. Neem het serieus, ga op zoek naar tips en goede slaapgewoonten. Bij de een helpt om na 14:00 uur geen koffie te drinken. Sport en minder stress helpen natuurlijk ook.

 

3. Eten 

 

Deze sla ik over. Je moeder heeft vast een recept voor een goede bloemkoolschotel.

 

 

 

4. Bewegen

 

Ik heb zelf altijd zin om te tennissen. Dat kan ik niet zeggen van hardlopen of naar de sportschool gaan. Zoek net zo lang totdat je iets vindt wat bij je past. Oortjes in en een blokje om is ook prima.

 

 

5. Werk 

 

Dag in, dag uit werk doen dat niet zo bij je past is best pittig. Misschien is het tijd voor een loopbaancoach. Er zijn subsidies voor, zelfs voor je werkgever. Bijvoorbeeld de SLIM-regeling. Google even als je meer wil weten. Werk dat je van nature makkelijk afgaat doet wonderen voor je zelfvertrouwen. Het is dus belangrijk om te weten wat je sterke punten zijn.

 

 

6. Vergelijkingen

 

Instagram en Facebook kun je zien als vergelijkingssites. Er wordt veel onderzoek gedaan naar de negatieve effecten van sociale media. Een van die onderzoeken heeft de titel: Instagram – #instasad. Een killer voor ons zelfbeeld als we mensen volgen die we niet privé kennen en alleen hun mooie buitenkant zien. Stel daarom bijvoorbeeld een limiet in. Of volg alleen mensen die je echt goed kent.

 

 

7. Zelfkennis

 

Zorg voor meer zelfkennis: lees dit blog over zelfacceptatie en doe de test. Of lees deze nog eens en doe de waardentest.

 

 

8. Actief zijn

 

Tijdens de coronacrisis een lastige: actief zijn, een cursus doen of vrijwilligerswerk. Denk alvast na wat je kunt gaan doen als het wel weer kan. Als je een duwtje kunt gebruiken, tips over uit je comfortzone gaan, vind je hier.

 

 

9. Positief

 

Al zijn je dierbaren niet altijd even leuk en lief, probeer kritiek in te slikken. Je krijgt of spijt of ruzie en ruzie geeft stress. Kritiek krijgen is een killer voor de ander. En wat je geeft krijg je terug…

 

10. EQ 

 

Emoties zijn interessant en er meer vanaf weten helpt. Op Instagram heb ik iedere zondag een post over emoties. Het belangrijkste om te onthouden: Geef jezelf de tijd om je emotie te voelen, en laat het daarna gaan. Emoties onderdrukken werkt averechts. Er te lang bij stilstaan ook.

 

Ik heb al inspiratie voor mijn blog volgende week: dat gaat over zelfbeeld, zelfvertrouwen en sociale media. Daar ga ik me de aankomende dagen in verdiepen. Lekker in het zonnetje.

 

Stay tuned!

 

 

foto: Anthony Tran via Unsplash.com

 

 

Opvoeden en zelfvertrouwen: het verhaal van Michelle Obama

Opvoeden en zelfvertrouwen: het verhaal van Michelle Obama

Opvoeden en zelfvertrouwen: het verhaal van Michelle Obama

 

Of ik mee wil

Het is precies een jaar geleden dat ik een appje kreeg van vriendin Marjolein: of ik mee wilde naar Michelle Obama in de Ziggo Dome op 17 april? Ze had twee kaartjes.

Ik had het boek Mijn Verhaal van Michelle Obama in december cadeau gekregen en elk vrij momentje las ik. Als de kerstboodschappen waren uitgepakt, nestelde ik me snel op de bank om weer verder te lezen. En als het huis ’s ochtends nog in diepe rust was, genoot ik van het volgende hoofdstuk.

De autobiografie geeft een openhartig kijkje in het leven van een presidentsvrouw en ik was, net als vele anderen, onder de indruk van Michelle Obama. Niet alleen omdat ze de eerste Afro-Amerikaanse First Lady is, maar ook omdat ze mooie initiatieven startte voor jonge mensen. En omdat ze in 2016 zo’n superleuke indruk maakte tijdens de Carpool Karaoke met James Cordon. 

 

Ben ik goed genoeg?

Bovendien schrijft Michelle Obama openlijk over haar onzekerheid, bijvoorbeeld tijdens de middelbare school. De zin ‘Ben ik wel goed genoeg?’ komt regelmatig terug in het boek. Wat opvalt in de biografie is de manier hoe ze met tegenslag en onzekerheid omgaat: niet opgeven maar naar oplossingen zoeken, hulp vragen en hard werken. Ook opvallend: de manier waarop zij en haar broer worden opgevoed door hun moeder Marian Robinson. Bijvoorbeeld deze uitspraak: ‘Ik voed volwassenen op, geen baby’s.’ Marian Robinson nam haar kinderen en hun behoeften serieus.

 

Zelfvertrouwen en behoeften horen bij elkaar

Het sluit mooi aan bij zelfvertrouwen. Want onze levensbehoeften en ons zelfvertrouwen horen bij elkaar, zoals yin en yang bij elkaar horen. Als je aandacht geeft aan je behoeften, dan ontwikkel je zelfvertrouwen. Als ouder betekent dat: goed voor jezelf zorgen, en openstaan voor de behoeften van je kind. Want wie goed voor zichzelf zorgt, kan beter voor de ander zorgen.

De psycholoog Maslow had het in 1943 al over onze menselijke behoeften. Zijn beroemde piramide ziet er zo uit: (klik op de afbeelding om ‘m te vergroten)

 

Onvoorwaardelijk vertrouwen

Toen Michelle in groep 4 zat en klaagde dat ze niks leerde van de lerares die geen orde kon houden, ging Marian achter de schermen wekenlang lobbyen voor haar dochter. Met als resultaat dat Michelle naar een plusklas mocht. Dat waren indirect belangrijke lessen: 1. Het is goed om te vertellen wat je dwars zit en je frustratie toont en 2. Je wordt gehoord en serieus genomen.

In hun tienerjaren luisterde Marian nog steeds aandachtig en zonder oordeel. Ze gaf geen klant-en-klare oplossing maar Michelle en haar broer kregen het advies om zelf na te denken over een oplossing: ‘Handle it how you think best.’ Op de vraag hoe laat ze thuis moesten zijn, was haar antwoord: ‘Wat is een redelijke tijd voor jullie om thuis te komen?’

Er werd veel gepraat tijdens het avondeten, over uiteenlopende onderwerpen. De kinderen kregen geen preek als ze bijvoorbeeld vragen stelden over drugs. Ze kregen indirect de boodschap mee dat ze toch wel de juiste beslissingen zouden maken. Het vertrouwen was er gewoon. 

Ik had dit voorbeeld best eerder willen lezen als moeder. Dan had ik het graag uitgeprobeerd: de kinderen zelf laten bepalen hoe laat ze thuiskomen. En vooral luisteren en niet zelf met oplossingen aankomen. Onvoorwaardelijk vertrouwen geven naast onvoorwaardelijke liefde. 

 

Toch onzeker

Als je je nu afvraagt waarom Michelle Obama dan toch schrijft over haar onzekerheid, dan heeft dat vooral te maken met haar huidskleur. Want zo liefdevol als het thuis gaat, zo bot of ronduit racistisch is het buitenshuis. Als ze een afspraak heeft met de studiekeuzeadviseur van haar high school herinnert ze zich slechts een zin van de mevrouw die haar ongeïnteresseerd aankijkt en minzaam zegt: ‘Ik denk niet dat jij Princeton-materiaal bent.’ Michelle behoort op dat moment bij de beste leerlingen van de school. Ze zet toch door, wordt aangenomen op Princeton, werkt keihard en studeert er vier jaar later cum laude af. Maar ook daar is ze als Afro-Amerikaanse in de minderheid en wordt er op haar neergekeken. 

Dus toen Marjolein vroeg of ik mee wilde naar de Ziggo Dome om Michelle Obama te zien, zei ik natuurlijk meteen ja. Michelle Obama deed haar uiterste best ons, bijna tienduizend vrouwen en een handjevol mannen, te inspireren:

‘Laat niemand je eigen lat lager zetten dan waar jij gelooft dat die hoort. Durf kwetsbaar te zijn. Want als we over die drempel stappen, groeien we, worden we sterker. En worden we wie we willen zijn.’

Het was een mooie afsluiting van een mooi en inspirerend boek. Als je graag leest of naar audioboeken luistert, dan is Mijn Verhaal zeker een aanrader.

 

Bron: Coopersmith, S. (1967). The Antecedents of Self-esteem. San Francisco: Consulting Psychologists Press.
Zelfacceptatie doe je zo

Zelfacceptatie doe je zo

Nobody is perfect

 

In mijn tienerjaren was mijn favoriete trui een sweater met een afbeelding van Snoopy met de tekst: ‘Nobody is perfect. My name is nobody.’ Ik vond dat grappig en herkenbaar. We willen zo graag altijd alles goed doen en er goed uitzien. Het liefst perfect. Dan krijgen we geen kritiek, maar lof en kunnen we fluitend de dag door. Tegelijkertijd weten we dat perfectie niet bestaat. En als de dingen niet gaan zoals we hadden voorgenomen, dan maken we onszelf verwijten. We raken uit balans, voelen ons onzeker, onze daadkracht neemt af en we krijgen de neiging ons terug te trekken. Het kan soms bijdragen aan een depressie of een burn-out.

 

Andere manier van denken

Het heeft vast iets te maken met de westerse manier van denken en het strenge calvinisme. En het wordt doorgegeven via de opvoeding, die kritische, negatieve houding. In Azië bekijken ze dat anders. Het boeddhisme stelt dat je eerst goed voor jezelf moet zorgen, ook als anderen boos op je zijn of als je er een potje van hebt gemaakt. Zelfcompassie dus. 

 

Positieve psychologie

Gelukkig is er in het westen de afgelopen twintig jaar een andere wind gaan waaien: die van de positieve psychologie. Deze stroming legt veel meer nadruk op de sterke kanten van ons karakter. En daar ligt de oplossing voor zelfacceptatie: aandacht geven aan je positieve kanten. Want als er veel aandacht uitgaat naar het negatieve, dan is het bijna onmogelijk om jezelf te accepteren. Deze beeldspraak van Fallaci over Europa past daar goed bij. Het is er paradijselijk als we onze sterke kanten de ruimte geven en de hel als we onze mindere kanten de ruimte geven:

Het Europese paradijs is waar de Engelsen politieagenten zijn, de Fransen koken, de Duitsers het bier brouwen, de Italianen de minnaars zijn en de Zwitsers de organisatie op zich nemen. Met dezelfde mensen kun je ook de hel maken. Dan zijn de Duitsers de politie, koken de Engelsen, brouwen de Fransen het bier, bedrijven de Zwitsers de liefde en is de organisatie in handen van de Italianen.

 

Zet er iets tegenover

Terug naar zelfacceptatie en positieve psychologie. De grondlegger ervan is de Amerikaanse wetenschapper Martin Seligman. Een initiatief van Seligman is het VIA Institute, een non-profit organisatie die een gratis online persoonlijkheidstest biedt om je sterke punten te achterhalen. Op deze manier kun je op een makkelijke, laagdrempelige manier ontdekken wat jouw positieve, sterke kanten zijn. En wordt zelfacceptatie makkelijker: je zet iets moois tegenover de mindere kant. Zelfacceptatie geeft rust en is een belangrijke voorwaarde voor zelfvertrouwen en groei. Deze link brengt je naar de pagina waar je gratis de test kunt gaan doen: Via Institute on Character. Je moet wel je e-mailadres geven maar trust me, het is betrouwbaar.

Naast deze test maken, helpt het enorm als je jezelf elke dag een compliment maakt. Als het even kan drie, maar een of twee complimenten per dag is ook al mooi. Ik schreef daar eerder over in dit blog. Zo bouw je aan een gezond ego en sta je de volgende keer steviger in je schoenen als iets niet goed of perfect gaat. 

Volgende week gaat mijn blog over opvoeden met zelfvertrouwen. Tot dan en blijf gezond! 

 

Wie geeft jou zelfvertrouwen?

Wie geeft jou zelfvertrouwen?

Wie geeft jou zelfvertrouwen?

 

Tijd en aandacht

Vanochtend heb ik voor het eerst met een groepje vriendinnen gefacetimed. De afspraak was snel gemaakt nu veel werk is stilgevallen door de Coronacrisis: geen vitale beroepen in dit groepje. Het was leuk om iedereen bij elkaar te ‘zien’ op het kleine schermpje en bij te praten. Even tijd en aandacht voor elkaar. Dat sluit mooi aan bij het onderwerp van dit blog: ertoe doen.

 

De vier bronnen van zelfvertrouwen

In de vorige drie blogs schreef ik over de vier onderdelen (of bronnen) van zelfvertrouwen. Waar krijg je zelfvertrouwen van? De eerste, Competentie, gaat over waar je goed in bent. Je werk bijvoorbeeld. Als je werk hebt, dat bij je past, voedt het op een natuurlijke manier je zelfvertrouwen. De tweede, Persoonlijk leiderschap, gaat over jezelf aansturen en invloed uitoefenen. De derde, Moreel kompas, gaat over je goed voelen omdat je de juiste dingen doet, die passen bij je karakter en normen en waarden. Ertoe doen is de vierde bron.

 

Geaccepteerd en geliefd

Als je ertoe doet in de ogen van, voor jou belangrijke anderen, dan geeft dat zelfvertrouwen. Het heeft alles te maken met je geaccepteerd en je geliefd voelen. Woorden die er verder bij passen: aandacht, respect en zorg voor elkaar. Als je het omdraait, dus wat het niet is, wordt het nog duidelijker. Dan zijn dit de woorden die erbij passen: negeren, misbruik, verlaten of verraad.

 

Vermijden

Als je je zelfvertrouwen wilt behouden of vergroten, bedenk dan bij welke mensen je je geaccepteerd en geliefd voelt. Vermijd mensen die je een slecht of minderwaardig gevoel over jezelf geven. Soms is dat lastig en bijna niet te doen. Bijvoorbeeld bij een directe collega. Het enige dat je dan kunt doen, is emotioneel afstand nemen. Je niet meer laten raken door een rotopmerking: ene oor in – andere oor uit. Deze tweet zag ik lang geleden op Twitter en past er goed bij:

 

Before you diagnose yourself with depression or low self-esteem, first make sure you are not, in fact, just surrounded by assholes. – Tweet by Notorious d.e.b.

 

Nu ik dit zo opschrijf, besef ik dat er een vijfde bron is van zelfvertrouwen. Die is dan misschien niet wetenschappelijk maar wel interessant. Meer daarover in het volgende blog.

 

Succes en blijf gezondheid!

Lessen in zelfkennis: ons moreel kompas

Lessen in zelfkennis: ons moreel kompas

 

Ik weet nog goed hoe slecht ik die nacht sliep. Ik lag te woelen in bed, ik huilde, ik was radeloos. Waarom had ik dat nou gedaan? Waarom was ik zo stom geweest? Ik voelde een diepe schaamte, zo diep dat ik dacht dat het gevoel nooit meer weg zou gaan. Ik maakte mijn tweelingzusje wakker. ‘Lies, we moeten terug. Dat ding moet terug.’

 

Spijt

Dat ding was het onderstel van een oude kinderwagen. Ik had het die mooie zomerdag zien liggen op het grasveldje in een tuin in het dorp waar we opgroeiden. Het was perfect voor de zeepkist die we wilden maken. Er lagen nog veel meer spullen en speelgoed op het gras. Ze zouden het daarom vast niet missen, dat onderstel. Het was ook een beetje verroest. En dus besloot ik het ding stiekem mee te nemen. Al op weg naar huis, kreeg ik spijt. En ’s nachts in bed, toen als achtjarige alles honderd keer erger leek, deed mijn geweten de rest. Mijn zus snapte direct waar het om ging. Samen slopen we het huis uit en brachten het ding terug.

 

Karaktertrek

Je schuldig voelen over iets zegt veel over je karakter en met welke normen en waarden je bent opgevoed. In mijn voorbeeld: stelen is slecht. Dat hadden mijn ouders me geleerd. En het deed iets met mijn gevoel voor rechtvaardigheid. Het was op geen enkele manier goed te praten dat ik dat ding had gejat.

Schuldgevoelens ondermijnen je zelfvertrouwen en het positieve zelfbeeld. Je schuldig voelen is dus als een kompas dat je de weg wijst naar je karakter. Het schuldgevoel raakt iets wat belangrijk is voor je. Het laat een mooie eigenschap zien.

 

Eigenheid

Zoals gister. Ik sprak een moeder die nu niet naar de instelling kan waar haar dochter met een verstandelijke beperking woont, in verband met de coronacrisis. Ondanks dat ze haar dochter vijf of zes keer per dag belt en haar vrienden heeft gevraagd kaartjes te sturen, wil ze toch meer voor haar dochter betekenen. Het zegt iets over hoe belangrijk zij zorgzaamheid vindt en inlevingsvermogen. Het laat iets zien over haar karakter en eigenheid. En het zegt iets over hoe invloed en het gevoel van machteloosheid je stemming beïnvloeden. Daar gingen de vorige blogs over: invloed en competentie. Ons moreel kompas is eveneens een bron van zelfvertrouwen.

 

Valkuil 1 – hoge eisen

Als we ons goed voelen over ons gedrag en onze beslissingen, dan neemt dus ook het zelfvertrouwen toe. Dan is het een bron. Er zijn nog wel twee valkuilen. De eerste is dat je namelijk te streng kunt zijn voor jezelf. Het lijkt erop dat mensen met minder zelfvertrouwen hogere eisen aan zichzelf stellen en de lat continu hoog leggen. Dat is natuurlijk extreem vermoeiend en vervelend om alsmaar aan die hoge eisen te voldoen. Als je het gewenste niveau dan niet haalt, ben je teleurgesteld in jezelf en krijgt je zelfvertrouwen een tik. Vraag jezelf af hoe realistisch het doel is waar je aan werkt.

 

Valkuil 2 – te veel van het goede

De tweede valkuil is als je doorschiet in je mooie eigenschap. Dan heeft het een negatief effect op de mensen om je heen. Daniël Ofman beschrijft dat in zijn boeken Hé, ik daar en Bezieling en Kwaliteit in Organisaties. Als daadkracht de mooie eigenschap is (de kernkwaliteit), dan kan te veel daadkracht als drammerig worden gezien. En omdat je daadkrachtig bent, kan iemand die passief is, je enorm irriteren. Dat noemt Ofman je allergie. Geduld oefenen is dan de uitdaging.

 

 

 

 

Op de website managementmodellensite.nl vind je dit werkmodel om te downloaden en kun je aan de slag om je eigen kernkwadrant te maken. Je vindt daar ook een lijst met kwaliteiten en de bijbehorende valkuilen, uitdagingen en allergieën.

 

Lessen in zelfkennis

De volgende keer dat je je schuldig voelt, heb je een lesje zelfkennis bij de hand. Over welke mooie eigenschap gaat het eigenlijk? Succes ermee!

Volgende week schrijf ik over de vierde bron van zelfvertrouwen: ertoe doen. Tot dan!

 

Zelfvertrouwen is het midden tussen opschepperige ijdelheid en een gebrek aan eergevoel of zelfverwaarlozing. Paul van Tongeren

Foto: Jordan Ladikos via www.unsplash.com
Controle, corona en persoonlijk leiderschap

Controle, corona en persoonlijk leiderschap

Bron van zelfvertrouwen

 

Hopelijk gaat het goed met jou en de belangrijkste mensen om je heen.

Als ik naar buiten kijk, zie ik de zon schijnen en de kersenboom in bloei staan. En terwijl ik dit schrijf, is mijn buurmeisje het gras aan het maaien. Met koptelefoon op en alvast gekleed in een korte broek om de eerste zonnestralen op te vangen. Een fijn en geruststellend beeld.

Nodig ook, want na al het slechte nieuws over het Coronavirus heeft mijn gemoedstoestand zin in iets positiefs. Zoveel is nu onzeker. Ik realiseer me dat ik maar beperkt invloed heb over hoe de aankomende dagen, weken en maanden gaan worden.

 

Vier onderdelen van zelfvertrouwen

Mijn vorige blog ging over competentie als bron van zelfvertrouwen. Kort samengevat: doen waar je goed in bent en dat verder ontwikkelen, voedt op een natuurlijke manier je zelfvertrouwen. En het geeft de grootste kans op succes en gelukkig zijn. Ik eindigde met de aankondiging dat het volgende blog zou gaan over persoonlijk leiderschap. Dat is de tweede bron van zelfvertrouwen.

Persoonlijk leiderschap

De ene wetenschapper noemt deze bron ‘Invloed hebben’, de ander noemt het ‘Kracht’. Een derde wetenschapper legt het uit door te zeggen wat het tegenovergestelde ervan is, namelijk machteloosheid. Je zou het ook ‘Grip’ of ‘Controle’ kunnen noemen. Als je dat hebt, voel je je een stuk zekerder. Als je het niet hebt, voel je je dus machteloos. De Coronacrisis kan je dat gevoel geven. Het is een vervelend, naar gevoel. Om ervan af te komen doen mensen soms gekke dingen: veel te veel rollen toiletpapier kopen bijvoorbeeld. Want dat herstelt even het gevoel van controle.

Invloed hebben

Invloed hebben of zeggenschap zegt ook iets over assertiviteit. Als je assertief bent, heb je invloed en kun je dus sturing geven aan jezelf en aan je omgeving. Daarvoor heb je weer zelfkennis nodig: wat wil ik eigenlijk? Wat vind ik belangrijk? Wat kan ik goed? Vandaar dat ik het persoonlijk leiderschap noem.

Voor iemand die minder in zichzelf gelooft of zich minderwaardig voelt, is het veel moeilijker om invloed uit te oefenen. Of om initiatief te nemen. De manier om dat om te buigen is zelfkennis opdoen en assertiever worden. Zo wordt het zelfvertrouwen gevoed.

(On)afhankelijkheid

Invloed hebben is iets wat je van huis uit meekrijgt. Ouders stimuleren dat door kinderen te laten kiezen, naar hun mening te vragen en mee te laten beslissen. Een goede leidinggevende doet precies hetzelfde. Dominante ouders of managers doen het tegenovergestelde: die stimuleren (onbewust) gehoorzaamheid, dienstbaarheid en daarmee afhankelijkheid.

Veranderen

Als je jezelf beter leert kennen en je eigen behoeften ook belangrijk gaat vinden, word je vrijer en onafhankelijker. Dat is niet egoïstisch. Het is een teken van een gezond ego en van goed in je vel zitten. Autoritaire ouders of partners (of collega’s) zullen daar in het begin aan moeten wennen: hun invloed neemt af en de relatie verandert. Die wordt gelijkwaardiger.

Oefening

Tot slot aan dit blog een zelfkennis-oefening. Bedenk wat jouw verschillende rollen zijn en schrijf ze op. Moeder bijvoorbeeld of vader. Partner, dochter of zoon, werknemer of werkgever. Broer of zus, nicht of neef. Oom, tante et cetera. En misschien ben je mentor van iemand of mantelzorger?

Daarna bedenk je wat de belangrijkste rol voor jou is. En hoe tevreden je bent over de invulling van die rol. Wat zou je anders willen, beter? Welke rol geef je de meeste aandacht en hoe vrijwillig is dat? In welke rol voel je heel sterk? Welke rol geeft voldoening? En hoe is de balans tussen de rollen? Waar wil je meer van en waar minder?

Moreel kompas

Ik hoop dat de oefening je een paar mooie inzichten oplevert. Mijn volgend blog gaat over de derde bron van zelfvertrouwen: moreel kompas. Ik wens je een mooie week toe, ondanks alle onzekerheid rondom Corona. Ik ga even naar buiten en lekker van het voorjaar genieten!

 

Bron: Self-Esteem Research, Theory and Practice, Christopher J. Mruk, Springer Publishing Company, New York, USA
Foto: Claire Mueller via www.Unsplash.com

 

 

 

 

 

 

 

 

Pin It on Pinterest